Responsive image
Brabants Centrum Jongen Meisje Het vakblad voor ouders
Responsive image Responsive image

Doordat het project Samen Tegelijk ten einde loopt vanavond is de afscheidsbijeenkomst stopt buurtsportwerker Peter Kerkhof met zijn werk.
Responsive image
Dat vindt hij jammer, voornamelijk voor de wijk Selissenwal.
Gelukkig heeft hij wel een leuke afsluiting van zijn werk: de bazaar op zondag 13 juli in wandelpark Molenwijk. "De hele wijk doet eraan mee en dat is prachtig om te zien", vindt hij. "Ik vind het vooral jammer voor de wijk dat ik moet stoppen", zegt Kerkhof. "Er starten regelmatig projecten in deze wijk, maar ze stoppen ook allemaal weer."
Responsive image
Tijdens zijn werk heeft Kerkhof zich beziggehouden met sport. "Ik organiseerde veel activiteiten voor de kinderen.
Op maandag schaken, dinsdag fietslessen, woensdag sport- en spelinstuif en op donderdag gaf ik karate lessen."

Deze sportactiviteiten werden altijd goed bezocht.
"Kinderen hebben tegenwoordig heel veel bezigheden met clubjes en zo, bij ons kwamen voornamelijk de kinderen die daar buiten vallen", vertelt Kerkhof.
Responsive image

Fietslessen
"We zijn trouwens niet alleen actief geweest voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Zo hebben we fietslessen gegeven aan mensen die niet konden fietsen. Ik was er verbaasd over dat dat er nog zoveel zijn. Ik denk dat het voor veel allochtone vrouwen een hele stap moet zijn geweest om fietsles te krijgen van een man.
Responsive image
In veel culturen is dat niet zo normaal als bij ons." Volgens Kerkhof heeft hij als sportwerker verschillende functies in de wijk.

Normen en waarden.
"Je brengt de kinderen bijvoorbeeld normen en waarden bij", legt hij uit. "Ze moeten leren dat ze tijdens het sporten een team zijn, ze moeten ook leren om goede verliezers te zijn en daarom probeer ik ze een stukje sociale vaardigheden bij te brengen."

Een andere functie is die van maatschappelijk werker. "De jongeren zien sport als een uitlaatklep en daarbij komt wel eens het een en ander naar boven", aldus Kerkhof." Ik probeer zo'n kind, en zijn familie natuurlijk ook, te helpen. Maar volgens mij hebben de meeste kinderen in deze wijk het best goed." Ook speelt Kerkhof een rol bij de opvoeding van de kinderen. "Maar ze voeden elkaar ook op", lacht hij.

„Niet alleen de ouders zijn daar verantwoordelijk voor. Ook op school, op straat en tijdens het uitoefenen van sport leren ze veel dingen die ze overnemen.” De kinderen zelf krijgen meer contact met elkaar dankzij het werk van Kerkhof. "Ze zien elkaar tijdens het sporten en komen elkaar ook weer tegen op straat of op school. Ze krijgen meer contact met elkaar en spelen met iedereen.”

Contact met de buurt.
Het was voor Kerkhof best moeilijk om contact te krijgen met de mensen in de buurt. "Het is een heel proces geweest. Ik heb met verschillende instanties gepraat waaronder de Molenwijkschool, De Walpoort, de Maremak en ook bij winkels om mezelf voor te stellen en te zeggen wat ik ging doen in de wijk. Inmiddels kent bijna iedereen me wel. Als ik door de wijk loop of fiets, word ik van alle kanten begroet."

Volgens de buurtsportwerker zijn de meeste allochtonen in de wijk goed geïntegreerd. "Zeker de kinderen zijn helemaal Nederlands", vindt hij. "Veel allochtone kinderen praten hartstikke plat Boxtels, dat is erg grappig om te horen. Voor kinderen maakt het ook niet uit of iemand een kleurtje heeft of niet. Ze spelen allemaal met elkaar en zien het verschil vaak niet eens.

Het zijn voornamelijk de volwassenen die problemen zien." Kerkhof denkt dat een deel van het integratieprobleem bij de Nederlanders ligt. "Het kleurtje van mensen speelt een belangrijke rol", denkt hij. "Dan zie je duidelijk dat iemand niet uit Nederland komt. Maar een Duitser die nu hier woont, ziet men niet als allochtoon. Mensen focussen te veel op de verschillen, terwijl ze dezelfde problemen hebben en er eigenlijk meer overeenkomsten zijn dan ze weten. Integratie moet van twee kanten komen."
Responsive image

De bazaar
Samen met Frans van de Wiel organiseert Kerkhof tijdens de bazaar in wandelpark Molenweide de strijd om de titel 'Sterkste jongen en meisje van Selissen'.

Sterkste jongen en meisje van Selissen.
We hebben zes onderdelen bedacht", vertelt Van de Wiel. "Paalhangen, bandenlopen, wielflippen, skippybal werpen, boomstam slepen en boomstam tillen. De kinderen zijn onderverdeeld in twee categorieën: zes tot en met negen jaar en tien tot en met dertien jaar.”
De bazaar wordt gehouden op zondag 13 juli van 10.00 tot 18.00 uur in wandelpark Molenwijk in Boxtel. Er staan verschillende activiteiten op het programma. Zo is er een hergebruikmarkt waar mensen hun spullen kunnen verkopen.

Muziek
Ook is er muziek van Linda van de Wiel, de Compact Band en Music Zone met de dj's Jip en Niels. Verder worden multiculturele huiskamers ingericht waar mensen specialiteiten kunnen zien en proeven uit andere landen. En natuurlijk is er een terras, kinderspelletjes en een demonstratie van Capoeira Brasil.

Iedereen in de wijk is enthousiast
"Iedereen in de wijk is enthousiast over de bazaar", vertelt Kerkhof. "Ze zijn allemaal druk bezig met dingen organiseren. Echt alle bewoners zijn ermee bezig.
En dat vind ik echt heel mooi om te zien."


Brabants Centrum Jongen Meisje Het vakblad voor ouders



In de jaren '70 ontwikkelde de Japanner Hideyushi Ashihara een nieuwe vorm van full contact karate. Om kort te gaan: bij Ashihara gaat, in tegenstelling tot de klassieke vorm, effectiviteit voor esthetiek.

Het bracht een Amerikaans vechtsportblad ertoe een groot artikel te publiceren over een nieuw soort straatvechterskarate waarmee je in de probleemwijken je hoofd boven water zou kunnen houden.

De gemoedelijke nieuwbouwwijk Den Haagakker in Boxtel is dan niet de eerste wijk waar je aan denkt. Toch is daar ook een Ashihara school gevestigd: elke woensdag in de namiddag geeft Peter Kerkhof (1958) les aan een twintigtal kinderen tussen de 8 en 14 jaar, die naar leeftijd en/of vorderingen in twee groepjes zijn verdeeld.
Responsive image
Peter, een zachtmoedige reus met een al even gemoedelijk Brabants accent, beoefent zelf vanaf zijn twaalfde vechtsporten als judo, jiu jitsu, karate en kickboksen.


Op zijn dertigste kreeg hij de kans een sportschool over te nemen. Hij krabbelde, vertelt hij, zich even flink op zijn bol, maar waagde uiteindelijk toch de stap. Toen hij zich een paar jaar later met zijn sportschool in zijn eigen woonplaats kon vestigen, hoefde hij minder lang na te denken
Belangrijker dan de sterk verkorte reistijd vond hij de grotere feeling met de kinderen. Een aantal komt hij namelijk in zijn werk ook tegen: in Boxtel organiseert hij sportactiviteiten voor de jeugd.
Van het eerdergenoemde artikel over de straatvechterssport moet hij trouwens niks hebben, net als van de Japanse saus die veel sportscholen over het karate uitgieten: voor hem is Ashihara Karate een sport als alle andere. 'Ik vind dat sport zo toegankelijk mogelijk moet zijn,' zegt hij. 'Net als voetbal: voor iedereen. Ik houd van sport, en ik houd ervan om met kinderen om te gaan.

Het werk van een sportleider houdt niet op bij het bijbrengen van de techniek.

Een sportclub is een van de uitgelezen mogelijkheden om kinderen sociale vaardigheden bij te brengen. Dat ze de bal overspelen is net zo belangrijk als dat ze kampioen worden. En belangrijker nog natuurlijk. Ik bedoel, Mike Tyson kan elke wedstrijd winnen, maar je zou hem toch niet voor de klas willen zien?

Wat de kinderen bij mij op de sportschool leren kunnen ze natuurlijk als zelfverdediging gebruiken, maar het is niet waar het om gaat. Wel om het spel. Ik heb hier eens een heel jong menneke gehad; als je hem op wedstrijden had gestuurd zou-die alles winnen, zo fel. Maar opvoedkundig leek me dat niet juist, dus ontmoedig ik zoiets waar ik kan.

Ik zie het net zo als een pistool bij een politieagent. Dat hangt hier (wijst op zijn heup) en moet er in principe zijn hele carrière blijven hangen. Een heel belangrijk onderdeel van de training is het besef: wanneer mag ik dit gebruiken, en wanneer niet?'
En je leerlingen kunnen er goed mee overweg?
'Ja, vind ik wel. Je leert ze op een bepaalde manier met emoties om te gaan, ook in de trainingen. Ik let daar erg op.

In een sparring-partijtje gaan de emoties omhoog, omhoog... en op een zeker moment moet het allemaal weer een paar tandjes terug: "Jongens, dit is stevig genoeg."



Daar ben ik veel mee bezig. Niemand is blij als als-ie een knietje in zijn kruis krijgt. We doen hier dan wel vechtspelletjes, maar het gaat veilig en gecontroleerd. Dat gevoel probeer ik ook sterk te geven: dat de kinderen zich in een veilige omgeving bevinden.'

Weet je nog waarom je vechtsporten bent gaan beoefenen?


'Poeh. Dat is wel lang geleden. Ik denk om de simpele redenen dat een vriendje van me het ging doen. Toen ben ik mee gegaan.'

En erbij gebleven.


'Het is me blijven boeien. Aantrekkelijk vind ik dat het individuele van deze sport, en de uitdaging: de trainingsarbeid die je moet leveren. Precies uitleggen kan ik het niet eens.
Het is een sport die echt bij mij past: dat is het enige dat ik erover kan vertellen.'

En over het runnen van een sportclub?
'Een uit de klauwen gelopen hobby. Een cliché misschien, maar het is niet anders. Ik ben er op zijn minst vier avonden en dan op woensdagmiddag nog een keer voor de junioren. Maar altijd met plezier, hoor.

Dit werk is erg prettig voor de sociale contacten. Bovendien vind ik het managen erg leuk ik organiseer nog wel eens wat aparts.

Soms kijken we eens naar een vechtfilm, of ik nodig eens een crack uit, om een demonstratie te komen geven. Dat vinden die kinderen geweldig, en die karateka's trouwens ook.

Nu heb ik Ron Smoorenburg gevraagd om langs te komen. Ja, jij kent hem niet, en in Nederland bijna niemand, karate is hier een C-sport, maar in China bijvoorbeeld is hij een beroemdheid. Zeg, heb je twee tellen, dan hang ik even een paar stootzakken op.'

Tijdens het eerste uur staat Peter aan de kant en kijkt belangstellend toe. Het eerste groepje laat hij meestal aan zijn assistenten (en volwassen leerlingen) Marcel en Robert over, die de training geven onder Peter's supervisie.

Deze keer beginnen ze met een potje zaalvoetbal, daarna gaan de scheenbeschermers om en worden dus de stootzakken opgehangen. Die zijn voor later: eerst werken de jongens in tweetallen een serie technische oefeningen af. 'Nu een linkse low-kick en rechts blokken. Toe maar.' Zowel de trainers als de pupillen hebben er duidelijk lol in.

Gebruikt hij een vast patroon in zijn lessen?



Peter: 'We werken altijd naar een examen toe, elk halfjaar is er eentje. De kinderen die je hier bezig ziet moeten voor een hogere band acht beweginkjes kennen, aanvallen die ze in een bepaalde volgorde moeten uitvoeren. Wat dat betreft hanteert deze sportschool hetzelfde systeem als wat in Japan gebruikt wordt. Ik moet zeggen: ze moeten best veel kunnen. Het voordeel van zo'n halfjaarlijkse proef is, dat het motiveert.

Aan de banden en slippen kun je zien hoe ver de leerlingen zijn.



De witte band is de eerste, dan na twee blauwe slippen krijg je de blauwe band, dan de blauwe band met de gele slip en zo verder via groen en bruin naar zwart dat is de hoogste.

Elke les begint met een warming-up. Soms is dat een balspelletje, meestal - om in de stemming voor het karate te komen doen we technische oefeningen.
Dan in de regel wat spel- en conditionele vormen, en zo gaan we al snel over naar het sparren. Partijtje dus: dat doet iedereen het liefste. Ik let er in het bijzonder op dat dat netjes en serieus gebeurt.

Respect voor de partner vind ik heel belangrijk.


En elke les duurt een uur; dat is voor de jeugd de maximale spanningsboog. Langer kunnen de kinderen hun concentratie niet vasthouden.'

Het lijkt me geen dure sport.



'Is het ook niet. De contributie voor junioren is ongeveer 9 euro per maand. Daar komt dan nog een pak bij, dat ongeveer 40 euro kost, en een paar scheenbeschermers van 20 euro. Dat is het.

De meeste kinderen doen drie, vier jaar met een uitrusting. Wat trouwens ook de gemiddelde tijd is dat ze op de club blijven. Net als alle andere sportclubs heb je als karateschool met een vrij groot verloop te maken.'

Er zitten hier veel ouders langs de kant.



'Bij mij mogen de ouders altijd kijken. Voor een ander standpunt is ook wat te zeggen, het kan dat kinderen zich geremd voelen met hun vader of moeder erbij, maar ik heb er tot nu toe geen problemen mee gehad.'
Een van die ouders is Monique, de moeder van Stef (8) en Rick (10).

Heeft ze de jongens aangemoedigd om op karate te gaan?



Monique: 'Nee hoor, ze wilden zelf. En ik ben er blij om, moet ik zeggen. Niet alleen wordt er leuk lesgegeven, maar ik merk bij vooral de oudste dat het goed is voor zijn zelfvertrouwen.


Hij heeft er echt baat bij, zelfs de juffrouw op school viel het op.


In tegenstelling tot vroeger geeft Rick nu een weerwoord als de situatie erom vraagt; hij durft voor zichzelf op te komen. En Stef heeft energie voor tien, dus voor hem is het wel goed als-ie met sport bezig is.
Responsive image

En thuis springen ze niet van het dressoir om elkaar als Jackie Chan te lijf te gaan 'Als ze ruzie hebben willen ze wel eens iets doen wat ze geleerd hebben, maar het loopt nooit uit de hand.'

Zeg jij er eens wat van, Stef. Vind je het leuk op karate?

'Een beetje. Best wel.'

Wat vind je het leukste?

'Computeren. Nee joh, van karate. 'O, de kussens.' Waarom? 'Daar kun je in klimmen en op stompen! Kijk zo! Paf! Kaboem!'

En wat vind je van Peter?

'Heel aardig maar soms een beetje te streng'

Aha. En Rick? Zeg jij er eens wat van?

'Nou, ik zit op karate om me te leren verdedigen als ik aangevallen wordt. En ik vind het leuk. Ik ga er ook mijn spreekbeurt over houden.

Waar is dit eigenlijk voor?

Voor J/M? O, daar heeft mamma een abonnement op. Komt goed uit, mam. Kan je mooi kijken of-ie netjes schrijft!'